Uitleg
Hoe rekent de app?
Van IGC-bestand tot zoekgebied in vijf stappen. Alles wordt in je eigen browser berekend; alleen de winddata halen we erbij.
1 Het breukmoment
We zoeken in de vlucht naar de lierstart: een klim van meer dan 5 m/s die vanaf de grond begint. Het breukmoment is het moment waarop die klim plotseling instort, omdat de lier niet meer trekt. Bij een logger die elke seconde een punt schrijft is dat tot op ongeveer een halve seconde nauwkeurig.
Weet je het beter? In de hoogtegrafiek kun je het breukmoment met je vinger of muis verschuiven.
2 De reactietijd van de vlieger
Na een breuk duwt de vlieger eerst de neus omlaag en ontkoppelt daarna. Ondertussen vliegt het toestel nog 20 à 30 meter per seconde door. Daarom laat de kaart een cirkel per seconde reactietijd zien: 0 s betekent ontkoppeld op het moment van de breuk, 3 s drie seconden later. Het bereik stel je zelf in.
3 Het voorloopstuk valt
Op het moment van ontkoppelen heeft het voorloopstuk dezelfde snelheid als het toestel: vooruit én omhoog of omlaag. Dat hebben we in het veld gezien. Daarna remt de lucht het af en neemt de wind het mee.
Een stuk tuinslang van 1 m lang en 2 cm dik dat 500 gram weegt, valt met ongeveer 20 m/s. Vanaf 300 m duurt de val dan zo'n 17 seconden. Lichter betekent langzamer vallen en dus verder wegdrijven. Het gewicht pas je aan in de app.
4 De wind
- Bij de grond: de meting van het dichtstbijzijnde KNMI-station, als dat binnen 25 km ligt.
- Op hoogte: het gemiddelde van tot zes weermodellen (KNMI Harmonie, DWD ICON-D2, ECMWF, UK Met Office, Météo-France AROME en DMI Harmonie), tussen 10 en 300 meter en hoger.
- Uit je eigen vlucht: heb je na de start minstens drie cirkels gedraaid in thermiek? Dan meten we de wind op die hoogte uit hoe je cirkels verlopen, en buigen we het windprofiel daar naartoe.
5 Het zoekgebied
We rekenen de val 5000 keer door, steeds met een iets andere wind, gewicht (500–1000 g), lengte van de slang (ongeveer een meter), reactietijd, meegenomen vaart en GPS-afwijking. De rode zone is het kleinste gebied waarin de helft van al die landingen ligt, de oranje zone bevat er 90%. De grootste onzekerheden zijn de reactietijd en de wind op hoogte. Hoe beter die bekend zijn, hoe kleiner de zones.
6 Live, terwijl hij nog vliegt
Op de pagina Live volgt de app de zweefvliegtuigen in de buurt via het Open Glider Network: de FLARM-signalen die ontvangers rond de velden doorgeven. Na een breuk of ontkoppeling staat de start binnen zo'n tien seconden in de lijst, en met één tik zie je het zoekgebied, zonder op het IGC-bestand te wachten.
Live posities komen ongeveer elke seconde binnen, iets minder regelmatig dan in een IGC-bestand. Toestellen die in de OGN-database hebben aangegeven niet gevolgd te willen worden, tonen we niet, en live posities bewaren we niet langer dan drie kwartier.
Tips voor het zoeken
- Begin in de rode zone, bij de cirkels van 1 tot 3 seconden reactietijd.
- Zet Volg mij aan: je ziet je looproute, zodat je geen stuk dubbel loopt. Loop in banen van 3–5 meter.
- Wissel tussen Satelliet en Luchtfoto NL: in Nederland is de luchtfoto van PDOK vaak scherper.
- Gevonden? Druk op Gevonden!. Met genoeg meldingen kunnen we de reactietijd, valsnelheid en meegenomen vaart beter afstellen.
Privacy
Je IGC-bestand verlaat je telefoon of computer niet. Alleen als je een vondst meldt, slaan we de vindplek op, de berekening en het stukje vlucht rond de breuk. Gegevens uit de kop van het bestand (zoals naam en registratie) bewaren we niet; je naam vul je alleen in als je dat wilt.